De zomer van 20, een avontuur als geen ander

door Jan Gheysen, Opiniërende Hoofdredactie

25/06/2020

De zomer van 20, een avontuur als geen ander

 

Het wordt geen avontuur, het is er een, die zomer van ’20. Alles is anders dan het ooit was. Niet alleen thuis, maar niet het minst ook op de redactie. We komen er nog wel eens, maar het lijkt een eeuwigheid geleden dat we er iedereen aan het werk zagen. De vaste werkplek werd een passage, de redactie een doorgangshuis. We werken immers nog altijd van thuis uit en wat aanvankelijk best wel aangenaam was – het was iets nieuws, het was anders, we zouden minder gestoord en meer geconcentreerd kunnen werken – verloor gaandeweg zijn aantrekkelijkheid. We missen het gekeuvel, de discussies, de spanning en de spanningen, het spontane brainstormen, de krachtmetingen, het gezeur en gekibbel, het gevloek en het gelach…

 

En toch wordt het een op en top krantenzomer zoals we die nog nooit hebben meegemaakt op onze redactie. De Krant van West-Vlaanderen verschijnt voor het eerst in zijn bestaan een zomer lang, op papier, in de bus en in de winkel. Op zich al een tour-de-force, maar er is meer. Als we de zomerreeksen vergelijken met de zomerfestivals, dan pakten wij vroeger uit met verdienstelijke kermisconcerten van lokale vedetten, maar van de zomer timmert De Krant van West-Vlaanderen de grote podia en stelt ze een affiche samen met namen van nationaal belang. We zeiden het al, die zomer van ’20 is een avontuur. Een dat we niet licht zullen vergeten. En daar dienen zomers voor, om ze niet te willen en niet te kunnen vergeten.

 

Pas op, we zeiden een tour-de-force – en zoals je merkt, heeft het daar alles van – maar onze ploeg onder de leiding van Pascal en Bart, gaan voor nog meer avontuur nog wat verder van huis, naar de andere kant van het land. Want de redacties van Het Belang van Limburg en De Krant van West-Vlaanderen werken in het hart van de vakantie samen en wisselen redactie uit. De Krant wordt heel even Het Belang en omgekeerd. Als dat al geen avontuur is.

 

Alles is anders, alles kan anders, weten we intussen. Vanuit de werkkamer thuis zag ik hier voor het eerst de zwartkop en de kneu voorbij fladderen. En kan ik zien hoe pa en ma pimpelmees hun jongen tot bij de vijver brengen om er pootje te baden en te drinken. Tot de groene specht zijn dorst komt laven… Het thuiswerk heeft per slot van rekening ook zijn voordelen, ware het niet dat het gezang van de roodborst, het lied van de lijster en vooral dat enerverende gejiftjaf van juist, van de tjiftjaf mij wel eens uit mijn concentratie halen.

06/04/2020

Thuiswerk, hoera?

 

We vonden het gek en we namen foto’s van mekaar. Dat moest het thuisfront zien, vonden we. Wij – mijn vrouw en ik – met mondmasker. We vonden dat ze overdreven en dachten dat het wel iets typisch voor Aziaten was. We hadden er zelfs weinig begrip voor en zodra de gids ons bij het hotel uitzwaaide, ging het mondmasker in de rugzak. Dat was halfweg februari in Hanoi in Vietnam. Twee weken later in Ho Che Min-stad (Saigon) waren we al blij dat we overal – in elk restaurant, in de auto, in de hotellift – onze handen konden wassen met ontsmettingsalcohol en we prijsden ons gelukkig dat we vlot onze terugvlucht haalden. 


Amper twee weken daarna ging ons land op slot, sloegen mensen bij ons aan het hamsteren en werd er in plaats van gelachen met gebedeld om mondmaskers en ontsmettingsmiddelen. Wie van thuis uit kon werken, moest dat ineens. Zo snel is het gegaan. 


Thuiswerk, hoera?


Een probleem zou dat niet worden, dachten we, dat thuiswerk. Geen over en weer gerij meer, maar van de ontbijttafel per direct naar het bureau, waar we doorgaans helemaal in ons sas zijn. Pauzes konden we meteen delen met de vrouw voor zij voor haar late dienst naar het werk vertrok.


Maar zo liep het niet. Het overleg met de collega’s, het brainstormen dat anders vanzelf en spontaan gebeurde aan de grote redactietafel, het figuurlijke maar vooral ook het letterlijke gepingpong: het bestond allemaal ineens niet meer.


In een andere plooi


Intussen zijn we aan het eind van de tweede week van dat thuiswerken en is alles zo min of meer in een plooi gevallen. Andere plooien dan weleer – vergaderen heet nu vooral zoomen - maar toch maar in de plooi. En het lijkt nu nog meer een wonder van techniek dat al die inspanningen van een over heel West-Vlaanderen en Gent ‘verstrooid team’ zich vertalen in een papieren krant. Een andere krant ook dan voorheen, maar een die zo te zien bijzonder gewaardeerd wordt door meer lezers dan ooit.


Dat doet deugd en dat is ook nodig. Want elke dag opnieuw blijkt hoe venijnig en vals dat virus zijn strijd voert. We houden ons koest want we zijn er niet gerust in, nu het almaar duidelijker wordt dat we tot een risicogroep behoren.


Bondy Beach


We ontdekken alle mogelijkheden van ons gsm en skypen en facetimen dat het een lust is.  Met onze dochter en haar man die niet zonder trots een filmpje doorsturen van de kleine Georges die zijn eerste stappen zet. We kijken niet een keer, maar wel tien, twintig keer naar het filmpje. De kleinzoon weet intussen hoe het zit met die schermpjes en zwaait duchtig mee als we het skypen afsluiten. 
Onze zoon blijft in Australië. Noodgedwongen. Toen wij hier al een week op slot zaten, stuurde hij een foto van Bondy Beach waar de mensen haast rug tegen rug aan het zonnebaden waren. Hij vreest dat de gevolgen niet zullen uitblijven. Het populaire strand is sinds vorig weekend gesloten en het ziekenhuis waar hij werkt, bereidt zich volop voor. Van de week, liet hij weten, was er een overleg met verloskundigen en gynaecologen over de hele wereld over de gevolgen van covid-19 voor vrouwen die moeten bevallen. Een unieke vdieoconferentie, zei hij, waar onder meer Milanese artsen getuigden. We manen hem aan voorzichtig te zijn . Er is voldoende beschermingsmateriaal, zegt hij. Maar misschien wil hij ons alleen geruststellen. De kans dat we hem van de zomer terugzien, is klein.
Vreemd hoe van het ene ogenblik op het andere de wereld ineens heel klein lijkt en een half uur later ontoegankelijk groot. Als bijvoorbeeld blijft dat de inkt van de printer is opgebruikt en de gebruikelijke winkel op slot is. En nu? Lokaal kopen lukt niet meer, online dan maar? Het is anders, maar dat was het altijd al. Elke dag is een andere dag, beseffen we nu.
 

20/01/2020

We zagen haar voor het eerst, die ochtend, in de drukkerij

 

Hoewel we flink doorstapten, was het een lange wandeling, die ochtend. Het was donderdag 9 januari, iets over halfnegen. We zouden haar voor het eerst zien, live bij wijze van spreken. We wisten hoe ze eruit zag op het scherm en we waren – en anderen gaven ons geen ongelijk –enthousiast over haar. Of zeg maar dat we dan al goed gek van haar waren. Maar om ze écht te zien, moet je van dat scherm weg en moet je ze kunnen voelen. Om haar van top tot teen te leren kennen, moet je ze niet alleen met je ogen maar ook met je handen lezen. Niets menselijk is een krant vreemd. En al zeker niet De Krant van West-Vlaanderen.


En zo waren wij, onze directeur redactie Pascal en ikzelf, die ochtend op weg van de redactie naar de drukkerij om die nieuwe krant voor het eerst echt in handen te krijgen. Een date, herinnerde ik mij uit vervlogen tijden, loopt nooit zoals je je die vooraf hebt gepland, gedroomd of ingebeeld. De omstandigheden zijn altijd net anders dan je had verwacht. Dat was die donderdagochtend precies zo. We waren langer onderweg dan we hadden ingeschat en toen we in de drukkerij kwamen, zagen we dat de pers stillag. Er was ook niemand in de ‘cockpit’ aan wie we een nieuwe krant konden vragen. Er lagen wel al proefexemplaren in de container. We hadden geen tijd te verliezen en haalden zo’n licht verfrommelde, wat beduimelde krant uit de afvalbak en gingen er meteen doorheen. En ja, ze zag er anders uit dan op het scherm. Beter. Veel beter. En zo voelde ze ook. We hoorden en zagen niets meer om ons heen, zij hield ons volledig in haar greep.


Toen liep er iemand van de drukkerij binnen en die gaf ons een keurig exemplaar van de nieuwe krant. Nog beter, zeiden we, ze ziet er nog beter uit en we namen haar onder de arm en liepen – vermoeden wij, want we zagen onszelf natuurlijk niet lopen – glunderend naar de redactie. De weg terug leek ineens veel korter. En dat is precies wat een geslaagde krant doet: ze doet je afstanden vergeten. Tussen mensen en gebeurtenissen, tussen mensen onderling.

terug naar boven