De strijd tegen onwetendheid

door Jos Grobben, Directeur Magazines

20/08/2019

De strijd tegen onwetendheid

 

Een doordeweekse dag in de vakantie. Een doordeweeks avonddebat in Leuven over media. Vraag uit het publiek: “Wat is vandaag de dag een nieuwsmagazine?” Het antwoord valt niet eens zo moeilijk te verzinnen, want wij maken elke week opnieuw state of the art nieuwsmagazines.

 

De benaming “nieuwsmagazine” is al decennia voor een groot stuk achterhaald. Klassiek nieuws brengt zo’n magazine niet meer. Neem overzichtsrubrieken. Vroeger grossierden nieuwsmagazines in koetjes en kalfjes die de afgelopen week hadden plaatsgevonden, allemaal netjes gerangschikt, beknopt, overzichtelijk. Totaal achterhaald. Iedereen die echt in nieuws is geïnteresseerd, weet al lang wat er gebeurde op het politieke slagveld, in de maatschappij of de wereld. Zo’n pure recapitulatie van wat zich heeft voorgedaan zie je enkel nog bij weerman Frank Deboosere die elke dag hondstrouw uitlegt welk weer het vandaag was. Alsof niemand zag dat het regende, er 26 graden op de thermometer stond, vroor, licht sneeuwde of de ochtendmist niet wou opkrassen. Dat is niet meer van deze tijd.

 

Dus geen klassiek nieuws meer, maar tegelijkertijd moet elke bijdrage in zo’n blad nieuw(s) zijn voor de lezer en lezeressen. Een modern nieuwsmagazine brengt een selectie van echt relevante feiten. Dingen die er echt toe doen. En haakt daar achtergronden, verbanden, duiding, commentaar in. Overgiet die cocktail met een aangename lay-out en je komt aardig in de buurt van wat een nieuwsmagazine zou moeten zijn. Lezers en lezeressen krijgen daardoor een beetje orde in de nieuwschaos, zij weten feiten of verschijnselen beter te plaatsen.

 

Die rol vervullen onze magazines met glans. Een deel van de mensheid lijkt bezeten door gezonde voeding en bijvoorbeeld plantaardige vleesvervangers. In de media meestal vertaald door hoera-berichten over de zegeningen van tempé, tofu of tahoe, gesacraliseerd door een heir zelfbenoemde gezondheidsexperts. Trends, dat zich niet snel inlaat over de voedingswaarde van granen en peulvruchten, bekijkt dan bijvoorbeeld of er achter die hype een echte markt schuilgaat. Het blad plakt er cijfers op (1 % van de wereldmarkt voor vlees), ziet tendensen (duidelijke stijging in omzetten en in het aantal economische spelers) of noemt de partijen die er wol bij spinnen (bijvoorbeeld Colruyt).

 

Of neem mannetjesputter Boris Johnson. Knack vergenoegt er zich niet mee dat haantje hapsnap te portretteren bij zijn opgang, maar stuurt iemand naar Eton om uit te vlooien hoe die elite-universiteit mensen als Johnson kneedt, waarom het netwerk ervan perfect functioneert en hoe Eton een indrukwekkende 20 premiers van het Verenigd Koninkrijk kon leveren. En als voetbalminnend België meesmuilend ziet hoe Anderlecht zijn seizoenstart compleet mist, kijkt Sport/Voetbalmagazine verder dan het geklungel en legt haarfijn uit wat Vincent Kompany en de clubleiding op halflange en lange termijn concreet willen bereiken. Dit soort voorbeelden van de manier waarop nieuwsmagazines net voor die extra mile gaan, brengen onze bladen elke week opnieuw.

 

Een paar jaar geleden mailde een vriendin, die nochtans op de eerste rij stond toen het IQ werd uitgedeeld, dat Knack haar elke week hielp in de strijd tegen haar onwetendheid. Een nederig statement maar tegelijkertijd een heel schoon compliment.

04/01/2019

De meisjes van Sanoma

 

Goed een week geleden, vlak voor Kerstmis,  zijn de banden tussen onze Womanbladen en Sanoma definitief doorgeknipt. Dit wil zeggen: de laatste IT-verbindingen tussen BMC in Evere en Mechelen – de zetel van Sanoma – werden letterlijk uitgeschakeld. Op de valreep:  net voor Kerstmis. En daarmee is een voorlopige streep getrokken onder één van de grootste integraties ooit in ons bedrijf. Voorlopig, want er blijft nog werk op de plank, maar de eerste en cruciale zes maanden hebben we zonder veel averij achter de rug.

 

Op maandag 2 juli van vorig jaar waaiden de meisjes en dames van Sanoma binnen, inclusief hun bloemen en behang. De maanden voordien leek BMC op een permanente bouwwerf. Met Portugese tapijtleggers, schilders die stug doorwerkten van 6 uur ’s morgens tot 8 uur ‘s avonds en weekends vol radeloze electriciëns die hun drilboren zelfs met 120 decibel niet door de gewapende vloeren van BMC kregen. Met daartussen verloren gelopen redacteurs en vormgevers die door de eindeloze verhuisgolven hun eigen bureau nog amper vonden.

 

Na de blijde intrede wilde iedereen binnen dit bedrijf maar buiten BMC, weten hoe dat ging met al die vrouwen. Net alsof het huis overnacht bevolkt was geraakt door losgeslagen Himba of pygmeeën. Nu, dat viel opperbest mee. De inwijkelingen bleken beleefd en welopgevoed, gelukkig luidruchtig en geduldig. Het was een groep die die nu eens Hollandse, dan weer Finse of verdwaasde inlandse bazen gekend had de jongste jaren. Ze waren ondergedompeld in diepe baden vol strategie en ander abacadabra, verraderlijke paden opgestuurd, uitgezet op grond van onwezenlijke draaiboeken. Maar ze hadden daar ogenschijnlijk geen wrok, noch blijvend letsel aan over gehouden.

 

De maanden nadien ging er veel tijd en boterhammen naar de opvang of noem het dan maar integratie. Voor de meeste nieuwkomers moest de GPS opnieuw ingesteld; de abonnementendienst, de dienst aankoop, de controllers, de verzending, de prepress, de drukkerij, de direct marketing,… Die coördinaten uitleggen en ermee leren omgaan lukte met vallen en opstaan aardig. Vooral omdat de nieuwe cohorte ook nog gedisciplineerder bleek dan menig autochtone redactie, creatief en begiftigd met een onmiskenbare aanleg voor pragmatisme.

Wij leerden ook veel van hen. Bijvoorbeeld dat bestaande structuren met in steen gebeitelde processen en flows niet zaligmakend hoeven te zijn. Het kan mits wat vrouwelijke flair en inspiratie dikwijls simpeler, duidelijker en makkelijker. Of dat vrouwenbladen ook best spannend, inspirerend en verrassend kunnen zijn. Iets wat de andere mannelijke helft van de huidige BMC-bewoners in het verleden dikwijls ontgaan was.

 

Ja, die vrouwen en meisjes van Sanoma. Fijn dat ze er zijn.

17/08/2017

Michael verknoeide het 9.000 keer

 

Rond het jaareinde wordt een mens geacht even terug te blikken. Dat is goed. Maar probeer voor de verandering eens vooruit te kijken. Dat is beter. En wat zie je dan? Problemen die kunnen opduiken, noem het met een cliché uitdagingen. Veel ervan liggen buiten je echt bereik. Je kan geen burgeroorlog in Syrië beëindigen of op je eentje malaria uit de wereld bannen. Draag je steentje bij, dat is al flink genoeg. Andere van die zogenaamde uitdagingen, dichter bij je deur, thuis of op je werk, daar zit je zelf voor een stuk aan het stuur. En waarom maken die uitdagingen ons dan onrustig? Omdat we schrik hebben om te falen. We krijgen een ruzie misschien niet bijgelegd, de kans dat een belangrijk project echt slaagt, blijkt relatief klein... Die angst om te falen, wat een slechte kameraad.

 

De onvolprezen actrice en onderneemster Ianka Fleerackers, voor de youngsters onder ons: dit is  Prinses Prieeltje uit de tv-serie Kulderzipken, zei een tijdje geleden iets prachtig over dat falen bij nieuwe avonturen en ondernemingen: “Succes zonder falen heet eigenlijk geluk”. De Prinses pikte die wijsheid waarschijnlijk zelf ergens op, maar daar is niks mis mee. Er bestaan triljoenen voorbeelden van bewierookte mensen die ooit faalden. Het draait er gewoon om hoe je met die mislukkingen omgaat. Kruip je in een hoekje of sta je op en klop je het stof van je kleren? Op naar het volgende avontuur.

 

In de Verenigde Staten liep ooit een spot van Nike en basketlegende Michael Jordan, met lichtjaren voorsprong de beste basketter ooit. En die vertelde doodleuk: “Ik miste in mijn carrière meer dan 9.000 worpen. Ik verloor bijna 300 wedstrijden. 26 keer kon ik de winnende korf in een wedstrijd maken en miste ik. Ik faalde heel mijn leven altijd opnieuw en opnieuw. En dat is waarom ik succesvol werd.”

12/06/2017

Wat is er typisch aan werken bij Roularta Media Group? 

 

De extreem korte communicatie-en beslissingslijnen. Vooral: een grote vorm van autonomie en niet afgerekend worden op fouten. Dit is een bedrijf van 'Doe wel en zie niet om'. Je mag, je moet dingen proberen en als dat mislukt, sleep je dat geen jaren of - godbetert- geen hele carrière mee, anders zat ik hier niet meer. Probeer maar en we zullen zien. Wordt het niks, jammer, maar dan bedenken we iets anders en beters. 

09/04/2017

Leve Leyers

 

In onze onvolprezen Knack staat elke week een zeer lezenswaardige laatste bladzijde : Eindspel. Bekende en minder bekende Vlamingen waartoe ook politici, sociologen, auteurs en ander volk behoren, krijgen daar een aantal pertinente persoonlijke vragen voorgeschoteld. Eentje ervan luidt altijd: “Wat is de schuld van de media ?” Jan Leyers, filosoof, programmamaker, helft van Soulsister en papa van Dorien, Ella, Billie, en Olga Leyers - maar niet noodzakelijk in die volgorde - antwoordde daarop: “Dat we achterdochtige angsthazen zijn geworden.” Leyers heeft gelijk.

 

Media – en met een streep voor sociale media – jagen iedereen de stuipen op het lijf. We moeten schrik hebben voor nucleaire rampen, voor een invasie van IS, voor migranten, voor de Russen, de Turken, voor China, voor onze privacy of onze gezondheid. We krijgen schuldcomplexen aangepraat nog voor we geboren zijn. Aanstaande moeders moeten tijdens hun zwangerschap 48 keer op medische en andere controles, moeten drie uur per dag stretchen en mogen niks anders eten dan gecertificeerde slabladeren en water gewonnen op 452 meter diepte op de Noordpool, maar ook weer in te hoge doses. Vaders moeten zich begraven in prenatale praatgroepen om dat vaderschap voor te bereiden. Wie niet meedoet, speelt met het leven van zijn toekomstige kinderen.

 

Twee voorbeelden. We moeten schrik hebben van fijn stof afkomstig van hout uit uw fijne open haard. Dat is zeer twijfelachtig. De studies die deze stelling stutten, zijn van bedenkelijk allooi. A omdat de meetapparatuur niet deugt B omdat de geschatte hoeveelheden verbrand hout voor Vlaanderen letterlijk nergens op berusten en op zijn zachts schromelijk zijn overdreven. Feit: hout als verwarming is CO2 neutraal en bijvoorbeeld hedendaagse pelletkachels zijn properder dan om het even welke andere verbrandingsbron. Dus, waar gaat dit over?

 

Op sociale en in andere media werd er uitvoerig gewaarschuwd voor de consumptie van gojibessen. Goji wat? Gojibessen komen vooral uit China en worden na de smakeloze quinoia gepropageerd als nieuwe super food. Maar, maar we moeten heel hard opletten. Want deze bessen kunnen besmet zijn met allerhande troep zoals pesticiden en zouden ook op zich giftig zijn. Wat dan meteen weer wordt tegengesproken door zogenaamde food bloggers en serieuzere specialisten. Maar de twijfel en de schrik zijn gezaaid. Nu telt Europa letterlijk elke kers, elk tandwiel, elke tafelpoot die bij ons in- of uitgevoerd wordt. Maar niet de hoeveelheid gojibessen die binnenkomen. Waarom niet? Die zijn onbeduidend klein. Dus waarover gaat dit nu weer?

De les is: we moeten niet met hartslagmeters en stappentellers rondlopen om ons veilig te voelen. We moeten geen schrik hebben voor invasies van Hottentotten en Inuit. We moeten gewoon blijven leven. En Knack blijven lezen, al was het maar voor Jan Leyers.

terug naar boven